
Jij wilt rustig, speels en betrokken overkomen. Na je voordracht noemt iemand de uitvoering precies, afstandelijk en ernstig. Dat verschil kan ongemakkelijk zijn. Het is ook informatie: niet over wie je in wezen bent, maar over wat er in deze performance werd waargenomen.
In het CREA-rooster stond bij een les van Ike Krijnen een oefening waarin makers drie woorden kozen voor wat zij wilden uitdragen en anderen hun indruk noteerden. Hieronder staat een uitwerking van die feedbackvorm. De oefening is geen persoonlijkheidstest.
Illustratief portret: Justin Samgar bij een microfoon. Fotografie: Jimmy on the Run.
Formuleer wat je in dit werk wilt laten zien
Kies een korte tekst of set en schrijf drie woorden op die bij je bedoeling horen. Richt je op deze uitvoering, niet op een ideaalbeeld van jezelf als artiest voor de rest van je leven.
Woorden als onderzoekend, direct of licht kunnen een begin zijn. Maak bij ieder woord één concrete notitie: wat zou een luisteraar kunnen horen of zien wanneer die kwaliteit aanwezig is?
Bij onderzoekend kan dat betekenen dat een vraag werkelijk open mag blijven. Direct kan gaan over heldere formuleringen, niet automatisch over hard praten. Zo worden de kernwoorden meer dan aantrekkelijke labels.
Laat de luisteraars eerst onafhankelijk reageren
Vertel je eigen drie woorden nog niet. Draag de tekst voor en vraag twee of drie mensen ieder drie indrukken op te schrijven. Laat hen niet meteen overleggen, anders verdwijnt misschien juist het verschil tussen hun waarnemingen.
Vraag vervolgens bij elk woord een concreet moment. Wat hoorde of zag iemand waardoor die voor deze omschrijving koos? Een tempo, blik, terugkerende zin of een overgang kan een bruikbare aanwijzing zijn.
‘Je bent gesloten’ gaat te ver. ‘Je keek tijdens de persoonlijke passage steeds naar het papier, waardoor ik meer afstand ervoer’ beschrijft een waarneembare keuze en de reactie van één luisteraar.
Leg bedoeling en ervaring naast elkaar
Deel nu je eigen woorden. Waar is herkenning en waar zit verschil? Misschien werd je humor gehoord, maar verdween de gewenste rust. Misschien bleek een door jou onbedoelde scherpte juist inhoudelijk interessant.
Een afwijking is niet automatisch een fout. Je kunt ontdekken dat je tekst meer mogelijkheden heeft dan de eerste bedoeling. Ook hoeven luisteraars onderling niet tot één oordeel te komen.
De oefening wordt bruikbaar wanneer je onderscheid maakt tussen observatie, interpretatie en voorkeur. Iemand kan een trage voordracht precies beschrijven en er persoonlijk niet van houden. Dat betekent nog niet dat jij sneller moet gaan spreken.
Kies één toetsbare aanpassing
Bepaal welk verschil je wilt onderzoeken en verander één onderdeel. Bijvoorbeeld de lengte van een introductie, het moment waarop je opkijkt of de nadruk in een zin.
Een nieuw voorbeeld: je bedoelde ‘speels’, maar iedereen hoorde vooral haast. Probeer dezelfde passage met een korte stilte vóór de onverwachte wending. Luister of de grap of gedachte daardoor meer ruimte krijgt.
Neem beide versies op. Je hoeft niet te raden of de verandering werkte; je kunt het verschil laten horen. Bewaar ook de mogelijkheid dat de oorspronkelijke uitvoering beter bij de tekst paste.
Een veilige grens voor de feedback
Bespreek vooraf dat de feedback over het werk en de uitvoering gaat. Uiterlijk, achtergrond of vermeende innerlijke problemen zijn geen vrij terrein omdat iemand voor een groep stond.
De maker mag aangeven welk soort reactie welkom is. Bij een eerste proef is misschien vooral informatie over verstaanbaarheid nodig; bij een latere versie kan de hele spanningsboog worden besproken.
Reflectievraag
Welk woord kreeg door een concreet voorbeeld werkelijk betekenis? En welke reactie wilde je eerst afwijzen, maar bleek een bruikbare vraag over de performance te bevatten?
De CREA-cursussen gebruikten feedback als onderdeel van ontwikkeling. Het doel blijft meer keuzevrijheid voor de maker, niet een gemiddelde smaak waaraan ieder optreden moet voldoen.
Leave a reply